Een-na-laatste week op Horizon Farm
2 januari 2017 - Clifton Canyon, Zuid-Afrika
De weken vliegen voorbij. Nu de vrouw van de overleden manager terug is van haar gedwongen verlof, is er merkbaar meer routine, communicatie en persoonlijkheid. Zij is het hart van de Horizon Farm en wordt ook wel ‘the mother of many’ genoemd. Ze kent alle bewoners alsof het haar eigen kinderen zijn. Het is een bijzondere vrouw voor wie respect en liefde voor de bewoners voorop staat. Vandaag was het zo heet dat ze met de bewoners doorweekt onder de watersproeiers heeft gelegen, een prachtig gezicht.
De kwaliteit van de voorzieningen is prima. Warm water, wasmachine en de keuken van de farm is van bijna alle gemakken voorzien. Echter merk je aan de kleine dingen dat het anders is dan thuis. De vaat (op een normale dag van zo’n 40 mensen) wordt allemaal met de hand afgewassen. In onze koelkast zit een gigantische vliegjesplaag en zelf na meermaals schoonmaken, blijven de hopen dooie vliegen weer verschijnen. In mijn matras zit zo’n grote permanente kuil dat ik slaap op het randje (25%) van mijn bed. Als we ’s avonds in bed nog even laptoppen en het licht is al uit, zwermen de insecten om je hoofd. Personeel eet hier opvallend veel, vaak omdat thuis minder te krijgen is. Ze verblijven op de farm gedurende de vier dagen dat ze werken. De twee dagen die ze daarna vrij zijn, moeten sommigen wel vijf uur reizen om naar hun huis te gaan. Dat betekent vaak dat moeders een groot gedeelte van de week zonder hun kinderen zijn.
Van het personeel en bewoners leren we veel dingetjes over Zuid-Afrika. Zo dragen de meeste mensen hier alleen een ring wanneer ze getrouwd zijn, iets wat de overmatige interesse naar mijn ringetje verklaart. Tijdens een potje pool vroeg ik aan een caregiver waarom hij maar een halve pink heeft. Hij vertelde dat je daaraan kan zien dat hij lid is van een bepaalde familie. Van alle baby’s die zijn familienaam dragen, wordt het eerste kootje van de pink geamputeerd. Andere families zijn bijvoorbeeld te herkennen aan een litteken op hun voorhoofd of sneetjes op de wangen. Hij ziet het net zoals wij bijvoorbeeld een tatoeage zouden nemen en moest lachten toen ik liet merken dat ik het lichtelijk schokkend vond. Ook leer ik van alles over braids (strakke vlechten), extensions, dreads en andere haarkunstwerken. Sommige vlechtwerken duren meerdere dagen om te maken en laten je de eerste nacht niet slapen van de pijn. Toch wisselen de Zulu vrouwen elke paar weken radicaal van kapsel. Ook is er tussen het werk door wel even tijd voor een lesje Zulu-dans (benen heel hoog in de lucht gooien en tussendoor klappen). De vrouwen op de farm zijn allen erg uitbundig, lekker roddelen, krijsen en lachen. De mannen zijn wat meer ingetogen en terughoudender in contact, maar komen los nadat je ze beter leert kennen. Het feit dat hier een heel ander schoonheidsideaal geldt, werd pijnlijk duidelijk nadat een personeelslid een vrijwilliger complimenteerde met: ‘je bent een stuk vetter dan toen je hier kwam werken’. Ook leren we veel over slangen, die hier met het hete weer tevoorschijn komen en vooral de Zulu vrouwen die lopend naar de farm gaan, de stuipen op het lijf jagen.
Interessant om op deze manier ook meer over de taal te leren; mengelmoes van Afrikaanse, Engelse en Zulu/Xsosa woorden. Z-A heeft 11 officiële talen en daarnaast nog tal van dialecten. Ze houden hier erg van het afkorten van woorden. Dat doen ze bij de maanden (jan-feb-dec etc), maar ook bij plaatsnamen (Jo’berg = Johannesberg) of begroetingen (howzit = how is it). De welbekende op NL lijkende woorden komen ook in het Engels hier veel terug. Bakkie is een pick-up truc, kêrel is je man (husband) en alles is lekker (=gezellig, goed, mooi). Afrikaans is vooral in uitspraak erg anders, maar voor ons wel te begrijpen. Gaaf om je te realiseren dat dit min of meer het NL is wat honderden jaren geleden gesproken werd. Het meest gesproken (Zulu-)woord wat hier in alle contexten wordt ingevoegd is ‘aibo’ (weet niet hoe je het schrijft). Dit kan zowel ‘goed/leuk’ als ‘jammer’, ‘grappig’ als ‘o wat zielig’ als ‘he dat bord is van mij’ als ‘ik moet echt nodig naar de wc’ betekenen. Multi-inzetbaar.
In het nieuwe jaar komen veel bewoners weer terug naar de farm. Momenteel zitten we met zo’n tien bewoners waarvan de meesten high-care zijn en niet in staat zijn tot grote activiteiten. Enkele bewoners zitten onder meerdere kalmeringstabletten en soezen het grootste deel van de dag. Deze mensen zijn in het verleden erg fysiek en verbaal agressief geweest. Hoewel het krom lijkt om ze te sederen, is het wel begrijpelijk. Om agressief gedrag aan te pakken zijn specialisten nodig, een team wat op één lijn zit en allemaal dezelfde consequenties en aanpak hanteert. Daarbij kost dit veel vastberadenheid, tijd en energie. Daar zijn hier geen voldoende (financiële) mogelijkheden voor. Als je dan ziet dat een bewoners haar hoogbejaarde moeder probeert te wurgen (omdat ze haar zin wil doordrammen), snap je de keuze voor medicijnen beter.
Regelmatig wordt er geprobeerd om de medicatie af te bouwen om de bewoner (echte persoonlijkheid) weer tevoorschijn te toveren. Dit is het geval met J-J (zwaar autistisch), die in het begin dagen uitdrukkingsloos met open mond voor zich uit staarde. Nu komt hij steeds meer tot leven. Hij kan antwoord geven op vragen, dingen benoemen en heeft weer energie om echt lol te hebben. Hij genoot altijd al van muziek, maar je ziet duidelijk dat zijn moves terug komen. Knip je vingers, klap in je handen of neurie een deuntje en J-J gaat fladderen met zijn handen, lachen en met nu ook voorzichtig met zijn achterwerk bewegen.
Hier loopt (kruipt) sowieso een bonte boel aan bewoners rond. Een paar zal ik er uitlichten.
-De boys: dit is een zwaar autistische eeneiige tweeling die echolalie (napraten) in extreme vorm laat zien. Als je zegt: ‘do you want juice?’ reageren ze dus ook met ‘do you want juice?’ etc . Ze praten op fluistertoon de hele dag tegen elkaar en tegen de fantasiestemmen in hun hoofd. Dit lijkt op eerste gezicht wat freaky, die lispelende gesprekken en af en toe uit het niks een kreet. Ze hebben daarnaast op exact dezelfde momenten dezelfde tics (doen elkaar hier dan ook weer in na). De boys doen álles samen; naar de wc, naar de bank, naar bed, soms met handen vast. Het is hilarisch, want als je een gekke beweging met raar geluidje maakt; gaan ze dit net zolang kopiëren tot ze gieren van het lachen. Zo groet ik ze elke morgen met ‘heee boyzzz’ en een handklap, hierop schreeuwen ze de volgende vijf minuten ‘heeee BOYZZZ’ gepaard met druk handgeklap en gefladder van enthousiasme.
-J.: is bijna twee meter lang en zwalkt op zijn benen. J. heeft vaak 20 seconden nodig om een woord te formuleren, iets wat een gesprek met hem bemoeilijkt. Hij ziet er piekfijn uit, vaak in pak. Hij zit, anders dan zijn voorkomen zou vermoeden, vaak vooraan bij het voorlezen van verhaaltjes. J. heeft zo’n twee keer per week een epileptische aanval, welke niet te voorspellen is. Dit kan door de zon in zijn ogen, enthousiasme, spanning, honger etc. komen. Of gewoon tijdens een potje Rummikub zoals gisteren toen ‘ie opeens van zijn stoel viel. Hij lag gedurende de avondmaaltijd met zijn gigantische lijf midden in de eetzaal te slapen.
-S. is een voormalig fotomodel die nadat hij zichzelf door zijn hoofd heeft geschoten, halfzijdig verlamd is, zijn spraak deels heeft verloren nauwelijks korte-termijngeheugen meer heeft. Hij zegt meerdere keren per dag tegen mij dat ik mooie blauwe ogen heb en vraagt dan of ik nieuw ben. Tijdens poolen moet ik hem na elke stoot herinneren welke kleur bal hij speelt. S. is erg beschermend, behulpzaam en vriendelijk naar andere bewoners, in het speciaal de bewoners met lager niveau. Deze krijgen regelmatig een aai over de bol of knijpt S. een oogje toe met een spel. Ook naar vrouwen is S. overmatig beschermend. Wanneer een van de bewoners vervelend is tegen een vrouwelijk personeelslid, heeft diegene binnen no-time een blauw oog van S. te pakken.
-B. is bejaarde man met een non-operabele hersentumor. B. leidde een normaal leven en heeft een vrouw en kinderen, maar zit nu zelf als een groot kind het grootste deel van de dag met lege ogen voor zich uit te kijken. Hij heeft een ingevallen koppie en niet zoveel tanden meer maar is de topfavoriet van menig personeelslid. Hij lijkt in alle opzichten een beetje op een verbaasde luiaard. Wanneer je een duim naar hem opsteekt, een grapje maakt of naar hem zwaait, dan lichten zijn blauwe ogen op en na tien seconden breekt hij los in een schaterlach. Ook voor het gooien van een bal heeft hij zo’n minuut nodig om te richten (aandacht vasthouden kan hij niet, zijn blik vlindert door de kamer). Ook met eten blijft hij gerust met lepel vol voedsel twee minuten in de lucht hangen. Hij kan naar lang oefenen op zijn eigen benen staan wanneer twee mensen hem ondersteunen.
-S: is een klein mannetje met een dik buikje die onder de littekens zit van eerdere operaties. Hij heeft altijd zijn mok in zijn hand en schuifelt over het terrein. Meestal zit hij te dutten op de bank en hij vindt activiteiten alleen leuk om naar te kijken. Hij spreekt sophisticated en oubollig Engels en is zeer attent naar personeel: ‘you look gorgeous today’, ‘hello my darling’ en ‘the food was extraordinary today (zegt ie elke dag)’. Hij kan echter wanneer hij terecht gezet wordt, een hele dag vinnig zijn. In het verleden ging dit dat met veel agressiviteit gepaard. S. wordt vaak verliefd op de vrouwen en is in zijn fantasie al vijf keer getrouwd. Toen ik hem uit de droom moest helpen dat hij en één van de vrijwilligsters geen romantische toekomst hadden, is hij een dag furieus geweest. Dat gaat tot doodsbedreigingen aan toe. Gelukkig kan hij niet rennen. Zijn goede voornemen is: no more lovers, no woman no stress.
-J-J: komt weer dus wat meer tevoorschijn met afbouwen van medicatie. Hij praat nauwelijks maar is verzot op muziek en geluiden. Hij zingt (neuriet) mee met alle lyrics van Whitney Houston en Celine Dion. J-J heeft een normaliter uitdrukkingsloos gezicht, maar met muziek krijgt hij een manisch vrolijk hoofd en gaat hard fladderen met zijn armen en klappen in zijn handen. Als hij echt geniet, zakt hij wat door zijn knieën en schud hij met zijn heupen. Dit alles heel monotoon, niet ritmisch, bijna als een muziekrobot en is hilarisch om te zien. Honden hebben hetzelfde effect. Hij kruipt bijna in de hond, koppies tegen elkaar, het simpel begrijpen van elkaar zonder woorden. J-J heeft altijd een speelgoedje in zijn hand, als talisman of houvast. Hij verstopt deze ook op allerlei plekken en vergeet soms waar hij deze heeft gelaten. Dan is hij om 2 uur ’s nachts alle meubels in zijn kamer aan het verbouwen om het desbetreffende speeltje tevoorschijn te toveren.
Verder heb je nog T., een meisje met een hele zware luide stem die vaak als uit een dolhuis-ontsnapte keihard met zichzelf lachend en schreeuwend over het terrein loopt. Ze is overmatig geïnteresseerd in mannen en als we een uitje hebben, staat ze binnen no-time met allemaal jongens te praten en wild te knipogen. Helaas komt dit gedrag voort uit een niet zo gezellige kindertijd. Ook heb je M. die in een rolstoel zit en alleen geluiden kan maken, maar alles snapt. Ze heeft gitzwarte humor en krijgt eng uitziende lachstuipen en hinnikgeluiden als je een goede grap maakt. M. kan één hand gedeeltelijk gebruiken. Ze rijdt de hele dag met haar rolstoel expres dingen om of probeert je stiekem op de billen te petsen. Of J., die er uit ziet als een verweerde houthakker en de slagzin ‘he is a stupid monkey’ consistent gebruikt bij elke vorm van ontevredenheid. Dan heb je de andere eeneiige tweeling, deze zijn doof en als een soort slapstickduo (Buurman en Buurman) hele dagen druk in de tuin of aan het klussen. Ze communiceren met gebrul en dat gaat prima. Of R. die een adequate indruk maakt, maar een agressieprobleem heeft en erg beïnvloedbaar is. Zo kwam hij na de Kerst opeens terug met blauw haar en had hij al zijn lichaamshaar weggeharst, omdat zijn vrienden dat grappig vonden. En dan T., de enige zwarte man, heel groot, met priemende ogen en zijn mond altijd een beetje open. Hij loopt fulltime met een felgekleurd, verbogen electriciteitskoord in zijn handen rond en kan hier gerust een hele dag gefascineerd naar staren.
Dan zijn er natuurlijk ook de bewoners die een mildere, mindere zichtbare beperking hebben en die de dag zonder al te grote problemen doorkomen, maar deze verhalen hebben niet zo’n hoge entertainmentwaarde (haha).
En zo was 2017 alweer voorbij.. We (Judith, Robin en de nieuwe vrijwilliger Martijn) hadden het geluk dat in de bush bij de farm een groot festival werd georganiseerd. Omdat de farm praktisch al op het festivalterrein ligt, konden we er zo heen lopen en met een mooi feestje 2017 inluiden. Het simpele geluk van een keer weer leeftijdsgenoten zien (zonder handicap) en je in leuke jurk hijsen. Wel gek dat op twee mensen na, iedereen blank was. De ticketprijs was waarschijnlijk voor donkere mensen te hoog. Mooi voorbeeld van economisch racisme. Omdat we normaliter met de spreekwoordelijke kippen op stok gaan, waren we om 1 uur al helemaal kapot. Iedereen een heel gelukkig nieuwjaar gewenst!
Ik vrees dat mijn verhalen geen optimale structuur, overgangen en leesbaarheid hebben, maar het is lastig om één verhaal te maken van de talloze kleine en grotere gebeurtenissen die ik hier meemaak. Ik vind het heel leuk om jullie reacties te zien en heel gezellig dat jullie mee lezen!

Wat kun jij beeldend schrijven...ik zie het voor me. Wat maak je wat mee, wat zie je veel en daarmee bedoel ik de mensen om je heen. Wat zullen ze jou daar straks gaan missen...Geniet van de tijd dat je er bent deze laatste week.
We denken aan je.
Veel liefs en knuffels,
Yke en Sita.
Liefs!