Trouble is everywhere
6 februari 2017 - Bluff, Zuid-Afrika
Even een luchtig begin met een ‘this is Africa-momentje’. We reden over een toch al gammele brug en toen we er midden op stonden, viel een stalen paal van de constructie voor ons naar beneden, midden op de weg. We konden niet verder en de balk zat boven nog vast aan het bruggeraamte. Deze werd vakkundig door drie mannen losgewrikt en achteloos langs de kant van de weg gegooid.
Maarrr nu naar de reden dat ik hier ben. De probleemgevallen die op mijn werk voorbij komen zijn vaak langlopend. Problematiek wordt door nauwe monitoring in NL veel eerder gesignaleerd dan hier. Ook de opvattingen wat ‘problematisch’ is, liggen begrijpelijk anders. Zo zijn kindhuishoudens hier niet abnormaal. In zo’n huishouden draagt het oudste kind zorg voor de broertjes en zusjes omdat de ouders zijn overleden. Ik heb al een paar zaken voorbij zien komen waarbij ik mijn hart vasthoud.
Zo moesten we op een avond weer terug naar werk, omdat een meisje in onze shelter (safehuis) op eigen houtje haar moeder was gaan zoeken (en deze had gevonden). Dit meisje (14) zwerft al een poosje rond, maar geen enkel familielid wilde haar weer in huis nemen. Ze toonde zich uiterlijk gevoelloos en mat zich een afwerende houding aan. Ruziede met haar moeder en tantes. Iedereen vond dat dit gedrag nooit zo tot stand zou zijn gekomen als ze niet een paar flinke pakken slaag had gekregen. Uiteindelijk besloot het meisje dat ze weg wilde, naar haar ‘mensen’ (geen idee waar). Ze liep de volgende dag met een plastic tasje van de Spar de straat op.
In de shelter zit ook een vrouw uit Zimbabwe die met uitzicht op werk (dus beter leven) illegaal het land binnen is gekomen. Nu is ze vier jaar verder, werkloos met een kleuter en een baby’tje (deze is met Kerst in de shelter geboren) van twee verschillende vaders. Momenteel buigen we ons met een organisatie (UNODC) over haar terugplaatsing. Ze wil graag terug naar huis, maar vanwege ontbrekende geboortecertificaten gaat dit lastig. Haar oudste dochter laat zeer alarmerend gedrag zien wat neigt naar een forse hechtingsstoornis. Reageert volkomen ongeïnteresseerd op elk geluid, woord, impuls etc. Is in haar gedrag heel ambivalent, communiceert voornamelijk met claimend gedrag/slaan en gaat op de meest willekeurige momenten huilen. Ze is angstig voor alles wat beweegt. Ze heeft al heel wat meegemaakt in haar leven. Haar zusje heeft een afrodosje zo zacht als van een lammetje. Er loopt over haar buikje een geboorteteken, waardoor de ene helft zwart en de andere bruin is. Hopelijk wordt haar wat meer bespaard.
Ik heb een organogram gemaakt voor de shelter, zodat de opgevangen moeders weten bij wie ze in de organisatie moeten aankloppen. Omdat ik toch mijn camera mee had, heb ik meteen een (geboorte) fotoshoot gedaan met bovenstaande moeder en haar twee meiden. Ze heeft geen enkele foto van haar kinderen dus was blij met mijn uitgeprinte foto’s. Dit heeft geen klap met mijn studie te maken, maar zijn de mooie momenten.
Omdat we ook een substance abuse centrum hebben, ben ik inmiddels aardig op de hoogte van het scala aan Zuid-Afrikaanse genotsmiddelen. Mandrax/buttons, sugars/honga/rock cocaïne, dagga/boomboom. Mensen die bij ons komen, vertellen we dat ze klaar en gemotiveerd moeten zijn voor hulp. We zijn hier elke stap van de weg, maar je moet het zelf doen. We helpen met verwijzingen naar rehab, maar hiervoor moeten ze eerst zelf zoveel mogelijk thuis afbouwen. Dit doen ze met een 4-day treatment, waarbij glucosewater wordt gedronken om de levels op peil te houden. Pijnstillers en slaaptabletten worden voorgeschreven om geen loze tijd te creëren die normaal opgevuld wordt met drugs. We raden mensen aan om zichzelf letterlijk op te sluiten. Mensen komen soms na een weg van twintig jaar bij ons terecht. Veel tranen.
‘Trouble is everywhere’ zei een 12-jarige verslaafde jongen tegen mij. Ik zie de helft, maar wat het leven hier ten volle inhoudt weet ik niet. Wat je wel ziet is de cirkel van geld. De dag dat de kinderbijslag, uitkeringen en de salarissen binnen zijn zie je íedereen op straat en rondom de winkels. Mensen lopen midden op de dag lam over straat te zwalken of zwabberen in hun auto over de weg (je ziet voor je ogen een auto tegen een pilaar rijden). Iedereen eet, zuipt en rookt zich een hoedje.
Omdat ik erg dicht op de mensen en hun leven zit, word je ook ondergedompeld in normen, waarden en opvattingen. Zoals eerder aangegeven is geloof een belangrijke pijler en God de belangrijkste wegwijzer in het dagelijks leven. Een afvallige van het geloof (ik..slik), wordt sterk veroordeeld. Ook de problemen die men tegen komt, worden vaak weerlegd met: God zorgt voor ons en hij zorgt dat alles goed komt. Ben je failliet en word je uit je huis gezet? Geen zorgen, God laat je niet op straat slapen. Voor mij is het prachtig wat voor verbindende factor dit is in een buurt met zoveel problemen. Ik vind andere standpunten echter lastig te verkroppen, omdat wij in NL hier zo anders tegenover staan (in ieder geval in mijn kringen). Zo is hier momenteel een groot debat gaande over homoseksualiteit. Mijn collega’s spreken hierover met grote afkeur, ze spreken over de horror als je zoon homo blijkt te zijn. In het dierenrijk zie je toch ook geen twee mannetjes met elkaar gaan? Ook de genderdiscussie is hier nog op een heel ander punt. Een meisje kan niet met auto’s spelen en een jongetje niet met poppen, wat een onzin! Dat is vragen om een homosekueel kind.
De kernfamilies strekken hier verder dan alleen het gezin. De verplichting van familie om voor elkaar te zorgen zit in de maatschappij geworteld en deze verantwoordelijkheid wordt in de counseling (naast de verantwoordelijkheid naar God toe) vaak aangehaald. Eer van je huis, respect naar je familie, iets terugdoen voor je ouders (al op jonge leeftijd) zijn belangrijke waarden.
Familie is hier ook zo verstrekkend dat iedereen elkaar kent in de buurt. Maandag is de moord door een meisje op haar vriend groot nieuws. Iedereen kent haar of hem en is geschokt. Er wordt druk gediscussieerd over aantal messteken, voorgeschiedenis enz. De ouders die op hetzelfde moment ook in huis waren, komen ’s middags voor counseling. Er wordt gebeden met ze en verteld dat ze sterk moeten zijn. Wat doe je anders als je getuigenverklaring tegen je dochter moet afgeven?
Wanneer ik even een zorgeloze paar uurtjes wil, ga ik naar het bejaardentehuis in de straat, klets ik met de vrouwen in de shelter over het weer, mannen en kapsels of ga ik naar de crèche naast ons. Deze week heb ik Valentijnskaarten gemaakt met de bejaarden. Ik had met een oude vrouw een lief kaartje aan haar lover geschreven, compleet met bloemetjes en al. Toen herinnerde ze zich later dat haar man dood is en verscheurde ze de kaart maar weer. Voor zover zorgeloos. Op de crèche is de plek waar je je het meest in een bubbel, los van de problemen van alledag, waant. Alleen al het feit dat 95% van de communicatie zingend en dansend gaat, levert een zorgeloos geheel op. Tussen deze hoeveelheden kleine zwarte koters, werk ik aan mijn zelfvertrouwen. Uitgelachen en uitgejoeld worden (omdat je met je blauwe ogen op een alien lijkt) en ongestoord doorgaan, dat is nou persoonlijke groei.
Ik blijf me verbazen over de Afrikaanse werkethos. De mensen zijn hier lui. Of je nou zwart, wit, geel of gekleurd bent, een groot deel van de drukke werkdag bestaat op luid niveau de nieuwste roddels uitwisselen. Zo werk ik aan mijn netwerk door met de agenten (onze traumaroom zit in het politiebureau) te kletsen over Nederlands voetbal.
Het feit dat ik bij het bureau werk is een gouden ticket naar een veiligheid. Toen er een verdwaasde dronkenlap mij net buiten het bureau aansprak, kwamen er (niet overdreven) drie agenten schreeuwend naar buiten om hem weg te jagen. Ook wanneer ik over straat loop en er auto na auto stopt (om te vragen of ik bij auntie Jenny verblijf en een lift wil, een bezorgde opa en iemand die mij (mij de overduidelijke niet-afrikaan) de weg vraagt en vervolgens dan maar mijn nummer) hoef ik maar ‘police office austerville rd’ te noemen en meteen is het duidelijk.
Ik val dus nog wel enorm op, misschien nog wel meer door mijn manieren dan mijn blonde krullen.. Ik pak zelf mijn boodschappen in en draag deze zelf (ben ik gek? zonder karretje? waar is je auto!?). Om mijn integratie verder voort te zetten zal ik aan bepaalde dingen moeten werken. Om te beginnen mijn (loop)tempo. Ik liep met mijn collega Teneil naar de supermarkt en we lopen dan zo langzaam dat je bijna omvalt. Voetje voor voetje, wiegend met mijn niet zo Afrikaanse derriere, alles relaxt. Mij zien ze van een kilometer aankomen omdat ik zo kordaat doorstap. Daarbij is er nog de kwestie van het boek. Een bekende gezegde luidt: if you have to hide something from an African, hide it in a book. Ik heb in de tijd dat ik hier ben nog niemand een boek zien lezen, dan val je op het strand met je dikke pil wel op. Iedereen in Wentworth heeft een gouden voortand, dus misschien moet ik dat ook maar doen om wat minder op te vallen.
Mijn leven buiten werk, komt met rap tempo in beweging. Waar ik het eerste weekend de muren op me af zag komen, ben ik nu blij met een avondje niksen in mijn huisje. Met Dave (die we tijdens weekend in Hluhluwe hebben ontmoet) en zijn familie zijn Laura (werkt in de HIV-kliniek in mijn straat) en ik naar de wijk Umhlanga geweest. Vanuit mijn Wentworth is dit luxe, witte uitgaansreservaat een hele overgang. Tijdens werk let ik er op dat ik niet teveel opval; geen sieraden, niet overdadig opgemaakt of uitbundige kleren aan. Dit is in Umhlanga niet nodig, behangen met diamanten kan je nog prima over straat lopen. Iedereen, behalve een paar mensen in de bediening, is wit. Hoe raar dit ook voelt, het zorgeloos genieten van een cocktail zonder op te vallen, is wel even fijn. Met Malou, die werkt op Horizon, ben ik een dagje naar een farmers market en Thompsons beach in noord Durban geweest. Waar je bij de meeste stranden niet kan zwemmen vanwege de te ruige oceaan, hadden ze hier een tidal pool (zwembad wat wordt gevuld door zeewater). Biertje en picknick erbij en vakantiegevoel is compleet. Ik verwijs jullie allen ook even naar de foto’s. We wilden een paar mooie kiekjes maken, zittend op een hoge rots, maar ik werd verrast door een plotselinge gigantische golf. Malou klikte op het juiste moment. Leuk om nu dicht bij de stad te zitten (alsnog wel 20 min rijden naar het centrum, Durban is erg uitgestrekt) en deze in de weekenden te ontdekken.
Met Laura ben ik naar Victoria’s Streetmarket geweest, een samenvoeging van acht verschillende markten. Een koeienkoppenmarkt, waar je een stuk gekookt koeienkopvlees met een kleffe bal deeg kan eten. Stoffenmarkt, waar elk model en kleur schort/jurk een andere betekenis heeft. De markt waar ze megagrote witte kleien ballen en stapels kruid verkopen. De eerste kan je eten (calcium) en op je huid smeren, de tweede wordt verbrand bij plaatselijke rituelen. De markt waar meer verboden waar ligt dan wat de douane in haar bestaan bij elkaar heeft gesprokkeld. Alle poeders, dierenhuiden, gedroogde organen, tanden, noten, vellen, vruchten en stenen vormen tezamen de medicijnkast van de heksendokter. Voor alles bestaat een remedie. Gaat je partner vreemd? Vleermuizenbillen is je antwoord! Heeft de hond van de buurman last van zijn oor? Bevroren giraffenstaart! Op andere markten kon je haarstukken, groente, levende kippen of souvenirtjes kopen.
Om het contrast met mijn dagelijkse leven nog groter te maken, werd het weekend afgesloten met een ‘upperclass’ bootfeestje. Terwijl ik in mijn zondagse jurk, gouden muiltjes en rode lippen op een luxe jacht sta, moet ik lachen. Ik ga een week terug in de tijd, toen ik in the middle of nowhere, op blote voeten, in mijn broek vol gaten in de modder aan het ploeteren was om een rolstoel vooruit te duwen.

Dank voor je uitgebreide en mooi geschreven verhaal, wat een brede inkijk geeft in het leven daar. Wat een schrijnende situaties en wat een uitersten. Ik kan me voorstellen dat het je raakt, hoe dan ook, maar wat ga je er goed mee om.
Fijn dat er twee andere meiden gekomen zijn bij jou in de buurt. We bellen morgen! Xx