Avontuur en dagelijkse sleur

16 februari 2017 - Bluff, Zuid-Afrika

De laatste tijd ben ik in Wentworth actief op verschillende plekken. Vooral wanneer er niet veel mensen langs komen voor counseling (bijvoorbeeld als het regent), is het fijn om bezig te blijven. Met inspecteur Ballan Reddi ga ik op pad in de politiewagen (hij doet dus ook geen gordel om). We gaan langs bij een middelbare school waar ik achter de vlot stappende Reddi door massa’s krioelende uniformen huppel. Ik ben de enige witte. We praten in een propvol lokaal over drugs. Doodstil luistert iedereen en als één stem geven ze antwoord wanneer Ballan een vraag stelt. Als een machine, in niks lijkend op de rumoerige/mondige klassen in NL. Daarnaast help ik de politie soms bij klusjes zoals; twee Duitse meisjes opsporen waarvan de paspoorten in een politiecel zijn gevonden. Wanneer mijn managers in een meeting zitten, fungeer ik als secretaresse en gastvrouw. Cliënten kijken me gek aan als ik daar achter de desk zit en ik moet ze vaak over de drempel lokken.

Op rustige momenten ga ik met mijn best friend en plaatselijke beroemdheid (want woont hier al z’n hele leven en zit werkelijk in élke commissie en werkgroep) Clint op pad. We struinen de hele buurt door, maken praatjes met verpleegsters uit de kliniek, worden gezegend door de pastoor, checken de spullen van straatverkopers en hoppen scholen binnen. Voor we weer terug naar werk gaan, betaal ik bij de plaatselijke Spar onopvallend zijn eten (Clint heeft vaak geen geld voor een maaltijd).

Ook heb ik me opgeworpen als koerier/chauffeur en mag ik nu in de auto van het project rijden. Soms breng ik urinemonsters naar het ziekenhuis of een gezin naar een andere shelter, omdat die van ons vol zit.

Op Valentijnsdag was ik uitgenodigd in het bejaardentehuis waar ik elke week een ochtend ‘werk’. Iedereen had zich helemaal opgedoft in het thema rood/wit. Heel aandoenlijk werd alles uit de kast gehaald om de hal te versieren. Zo heb ik confetti gemaakt met rood papier en een perforator, wat mega inefficiënt is, maar na een uur heb je behoorlijk wat confetti. Eerst was een miss Valentijn verkiezing waar een paar geselecteerde opgedofte bejaarde dames samen wulps de ‘catwalk’ betraden. Kushandjes en alle moves uit de kast, er werd hard gejoeld. Er was dans, waar het personeel zonder schromen met de dikke billen voor opa in de rolstoel gingen schudden. Ook een paar oudjes gooiden de krukken/rollator aan de kant en gingen heerlijk los met de heupen. Er waren toespraakjes door medewerkers en bewoners. Veel liefde en dank uitgesproken, ontroerende woorden en de emoties verre van ontwijkend. Hoewel ik maar een piepkleine bijdrage had geleverd aan het mogelijk maken van deze dag, kreeg ik een doos bonbons, een roos en talloze knuffels. En een mooi compliment: een bejaarde dame complimenteerde mij met mijn magnifieke kunstgebit. Het is een fijne plek waar ik mijn wekelijkse portie ongecompliceerde liefde krijg. Deze dag werd afgesloten door een Valentijnsdineetje bij Femke en Do (vrijwilligers bij Blue Roof; hiv/aidskliniek).

Ik kan zeggen dat ik, mede door al mijn nevenactiviteiten, in de wijk inmiddels aardig ingeburgerd ben. Het verschil tussen bloedband of buurt is niet zo groot, dus ik word makkelijk overal bij betrokken. Zo zijn we met een paar collega’s naar een schoolceremonie van een meisje geweest die in de shelter zit. Haar enige familie is haar moeder, die in een verpleegtehuis woont. Die hebben we eerst in de auto getakeld. De ceremonie was alles wat je van Afrika verwacht met een Amerikaans sausje. Heel erg gehamerd op hard werken, excelleren, een voorbeeld vormen ed. Maar ook acapella Zulu gezang, veel gejoel en gestamp en natuurlijk overvloedig eten achteraf. Ik had foto’s gemaakt en deze naar minstens tien mensen gestuurd, van vriendinnen in Johannesburg tot oma in Australië.

De vrouwen waar ik mee werk, voelen steeds meer vertrouwd. Ik betrap mezelf erop dat ik de manier waarop ze hier fysiek zijn, over neem. High fives, knuffelen of even een klopje op de rug, dat vinden wij als Nederlanders natuurlijk wel erg intiem, maar hier is het onderdeel van communicatie. Elke keer dat ik in de shelter ben, draai ik het baby’tje even rond in mijn handen en het is schitterend hoe ze groeit en steeds bewuster word van de wereld om zich heen. Ook het meisje met alarmerend gedrag (schreef ik eerder over), laat steeds meer gezonde communicatie zien. Ik probeer elke dag even een momentje met haar te hebben en daarnaast heeft ze veel aan het voorbeeld van een jongetje van haar leeftijd die ook in de shelter zit.

Tussendoor kreeg ik nog even levend voorbeeld waarom je nooit naar een openbaar ziekenhuis moet willlen (hier, maar in ook in de rest van Afrika). Jenny’s zoon is ziek en laat een scala aan verontrustende symptomen zien. Men gaat hier lang door met heftige pijnbestrijding en oneindige antibioticakuren voor ze een dokter of ziekenhuis bezoeken. Symptoombestrijding is hier populair; want: voel je je niet ziek, dan ben je het ook niet. Veel mensen hebben namelijk geen (toereikende) zorgverzekering en kunnen de kosten voor opname of onderzoek niet ophoesten. Daarbij is de medische zorg in openbare ziekenhuizen een ramp. Jenny heeft met haar zoon letterlijk de hele dag (van 6.00-17.00) in een ziekenhuis gezeten, wachtend op hulp. Niet aan de beurt gekomen, dus de volgende dag om half 5 ’s ochtends maar weer terug. Ik spreek hier met andere collega’s over en die komen met de meest gruwelijke verhalen op de proppen. Dood gaan in de wachtkamer of door nalatigheid van de zusters is niet heel vreemd. Een collega zei treffend: ik sterf nog liever op straat dan dat ik word opgenomen in Wentworth Hospital.

Maar er zijn ook leuke dingen. Ons vaste avondje uit met Dave en zijn dochter, waar hij ons Dutchies (Do, Femke en ik) de hele stad door sleept. Deze avond sloten we af met toetje in The Oyster Box hotel. Een intimiderend luxueuze toko, aan het strand, met schilderachtig vuurtorentje op de achtergrond. Deze plek is geliefd onder de rich and famous en je merkt waarom. Je waant je in koloniale sferen in de hal met overdadige schalen fruit, marmeren balkons, torenhoge palmen, rieten ventilatoren, glimmend tafelzilver en excentrieke (witte) rijkelingen. Er  staat een donkere man strak in het pak jazzy liedjes te zingen, heel typisch.

Ook het weekendje naar de Wildcoast was een leuk ding. Hier is het meer ‘Afrika’ wat je verwacht, waar je het laatste uur over onverharde weggetjes, langs gekleurde hutjes en bloeiende acacia’s rijdt, de koeien en kinderen ontwijkend. Dit is domein van de Xhosa (spreekt uit: ‘-mondklik-osa’), vergelijkbare taal en cultuur als Zulu, maar blijkbaar iets vredelievender. Bovenop de heuvel staat het primitieve, maar prachtige huisje van gids Pieter, wat uitkijkt over een privebaaitje. We slapen met z’n allen in de enige kamer, waar ’s avonds de grote insecten tegen je kop aan vliegen. We braaien op de veranda met uitzicht op de zonsondergang en verorberen gigantische rumpsteaks en boerewors.

De volgende dag toeren we naar het lokale havenplaatsje Port Edwards. Krioelende mensenmassas rondom de enige supermarkt in wijde omgeving en geen toeristen.  We wandelen naar Third Beach (of was het nou Second?). Hagelwit en prachtig strandje, waar de lifeguards fanatiek klaar staan, maar niemand zwemt (banen creeën in zijn puurste vorm). Hier is namelijk het hoogste risico op een haaienaanval ter wereld (hoge haaiendichtheid). Vaak nemen de haaien alleen een verkennende hap, maar helaas is dit genoeg om in shock te raken door bloedverlies.

Ik rijd mijn eerste Zuid-Afrikaanse meters over de airstrip uit Blood Diamond (die film met Leonardo di C.), bovenop een berg. Ze hebben speciaal iemand in dienst die de koeien en schapen van de baan jaagt als er een vliegtuig wil landen. Deze baan eindigt in een duizelingwekkend steile klif (zie foto’s van het uitzicht). Een motorrijder dacht ooit op deze streep asfalt even de snelheid van zijn nieuwe motor te testen, maar de vloog aan het einde met vliegende vaart het ravijn in.

We klimmen naar de zogenoemde ‘hole in the rock’. Met een touw (niks zekeren, gewoon vasthouden met je handen) dalen we een rotsformatie af en doen we het laatste stukje over een gammele houten ladder terwijl de wind vanaf twee kliffen komt aanjakkeren. Pieter vertelt ons niet te kijken naar alle ‘memorial’ bordjes, dit zijn overleden vissers of mensen die zelfmoord hebben gepleegd door in het hole in the rock te springen (en dus niet mensen die van de gammele houten ladder zijn gevallen). We gaan langs een grot, waarvan de zwavelmodder in lege cola flessen wordt verkocht vanwege de geneeskrachtige werking. Ook worden de zwaveldampen naar harte lust ingeademd. Wij glibberen door de donkere grot en krijgen een lekkere kwak modder op ons hoofd. Balonnen, lollies en muziek in de auto en de kinderen komen uit hun hoekjes en gaten. Wanneer we weer in ons huisje op de klif aankomen, rennen we via de gigantische witte zandduin al stuivend naar het strand. In ze zee zwemmen kan niet, hoe aanlokkelijk deze er ook uit ziet (want: haaien en stroming). Wel zijn er in de rotsen natuurlijke poelen waar we in kunnen wentelen. De zeemeerminnenpoel mag alleen bezwommen worden door maagdelijke Xhosa meisjes, maar voor even zijn wij ook zeemeerminnen. We letten goed op het getij en de golven, want we moeten al badend en hupsend van rots naar rots terug naar huis.

Terug is het alleen en geïsoleerd zijn weer even confronterend. Hoe ik niet echt naar buiten kan, vooral vanwege de giga waakhonden die hier overal los lopen en waar je continu voor moet oppassen. Daarnaast is het ook, hoewel veilig, niet echt een omgeving waar je even lekker een rondje kan rennen. Ik kan niet lopend naar de supermarkt, maar doe dit met de Uber (taxi). Altijd afhankelijk zijn van vervoer en soms hier lang op moeten wachten, is iets wat je niet gewend bent. Jenny en haar familie zijn thuis erg op zichzelf en het maakt ze verder niet zoveel uit wat ik doe. Voor mijn sociale contacten moet ik altijd iets regelen. Vooral de avonden thuis zijn lang, waar eten soms echt een hoogtepunt is. Gelukkig houd ik van gezond voer, anders was ik nu al tonnetje rond geweest. Je bent zo ver van iedereen en houdt iedereen op de hoogte van de mooie avonturen die je beleeft. Maar ik heb hier een gewone werkweek en ben inmiddels dermate gewend dat het, ook al zit je in Zuid-Afrika, soms heel saai is. Wat mij dagelijks bezig houdt zijn bijvoorbeeld de beesten (naast die stomme honden). De apen die in roofzuchtige troepen een  bezoek komen brengen en soms al met een halve poot in mijn huis staan als ik de deur open. De mieren die, overeenkomstig met het tropische klimaat, al na een half uurtje in kolonnes op een onbewaakt stukje eten afkomen (maden idem dito). Een lust voor elke bioloog, ik heb al zeker zes soorten in mijn huis gespot. Kees de kakkerlak die elke avond, als ik net in slaap ben gevallen, rond mijn hoofd gaat scharrelen. Overdag is ‘ie nergens te bekennen.

De hitte is hier beklemmend, ook omdat het heel vochtig is. Ik heb geen ventilator en lig elke avond als een gup op het droge te puffen op bed.

Ik word daarnaast gek (ja lach maar) van mijn gore voeten. Ik draag elke dag sandalen/slippers en daar worden je voeten blijkbaar vies van. Wat ik nog meer haat is dat ik dit elke dag weer vergeet, over mijn witte tegels banjer en vervolgens mijn hele appartement een modderboel is. Dit noemen we ‘eerste wereld problemen’ ja.

Afsluitend met goed nieuws: door donatie van Dukke en mijzelf kunnen we weer een paar dikke pannen soep uitserveren aan de buurt. Hoewel dit organisatorisch niet lastig is, heeft dit me een boel tijd gekost (zoals alle projecten hier tijd kosten om niks). Op een gegeven moment zei ik: ik betaal en rij zelf wel naar de markt , wie gaat er mee?  Dan wordt alles opeens in gang gezet. We halen grote zakken met allerlei groentes en maken er met aardappels, macaroni  een goed gevulde soep van. Voor sommige mensen is dit namelijk hun enige maaltijd op een dag. Alles is vers, dus alleen al het prepareren van de gigantische kolen, wortels, aardappelen ed. kost meerdere uren. Gelukkig heb ik hulp van Do en Femke, en is het met een muziekje erbij goed te doen. Morgen zetten we de boel met wat smakelijke botten te pruttelen en serveren we uit. 

Foto’s

4 Reacties

  1. Joop:
    16 februari 2017
    Mooi verhaal , ik mis je ))
  2. Pake:
    16 februari 2017
    Je beleeft nog eens wat, daar in het zuiden! Wat een avonturen.
    Op zaterdag 11 februari hebben we met ons vijven in Oldeberkoop gegeten.
    Op 15 februari zijn An en ik naar Glimmen geweest om je vader te feliciteren.
    Hou je taai!
    Liefs van Pake en An.
  3. Marian Rodenburg:
    17 februari 2017
    Wat maak je veel mee. Het mooie in je verhalen vind ik dat je diverse kanten belicht.
    Ik kijk uit naar je volgende verhaal. Liefs
  4. Leo rijpkema:
    23 februari 2017
    het leest weer als een avonturenroman dus op naar de volgende aflevering!